Denderleeuw, 3 december 2006.
Dienst Natuurlijke Rijkdommen
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
North Plaza B 2de verdieping
Koning Albert II-laan 7
1210 BRUSSEL
OPEN
p/a Booglaan 80
9473 DENDERLEEUW
Voorontwerp Bijzonder oppervlaktedelfstoffenplan Vlaamse leemstreek
Geachte
Hiermee tekent OPEN, politieke partij uit Denderleeuw, bezwaar aan tegen het voormeld voorontwerp Bijzonder oppervlaktedelfstoffenplan Vlaamse leemstreek, meer bepaald tegen de geplande uitbreiding te Denderleeuw, Aalstwegel (cfr. o.m. pag. 30, 32, 60, 65, 102, 146 en 155 van het voorontwerp).
Eerst en vooral wenst OPEN zich aan te sluiten bij de argumenten die al aangebracht zijn in de andere bezwaarschriften en bij de bezwaren ingediend door het gemeentebestuur van Denderleeuw en vzw RALDES.
Toch willen wij nog enkele punten aanhalen.
De open kouter moet behouden blijven.
De kouter is het laatste open gebied in Denderleeuw en vormt tevens het hart van Denderleeuw. Het is het grote raakvlak van de drie deelgemeenten Denderleeuw, Welle en Iddergem.
Het verlies van de open kouter is des te schrijnender in combinatie met het verdwijnen van het natuurgebied in Erembodegem-Terjoden, en palende aan de deelgemeente Welle, dat bestemd is om te verdwijnen ten nadele van het zogenaamde industrieterrein Erembodegem-Zuid IV.
Het verlies van deze twee ‘groene longen’, tevens ontspanningsgebieden en rustbrengers, ontneemt onze gemeente alle zuurstof die nodig is om leefbaar te blijven.
Met het verdwijnen van de kouter verdwijnt goede landbouwgrond, landschappelijk waardevol agrarisch gebied en rijk natuurgebied.
De voorziene uitbreiding is gelegen in landschappelijk waardevol landbouwgebied volgens het gewestplan. De uitbreiding is gelegen in een open kouter waarin landbouw de hoofdbestemming is. Een open kouter gelegen aan de rand van het regionaal stedelijk gebied Aalst en omgeven door talrijke woonkernen, en als rust- en wandelgebied van zeer groot belang voor de leefbaarheid.
Door de ontginning gaat één van de laatste grote koutergebieden en een waardevol en beschermd landschap met rijke natuur onherroepelijk verloren.
Twijfels bij de nabestemming tot landbouw.
Daar de structuur van de grond en de grondwaterhuishouding grondig zullen verstoord zijn, lijkt landbouw ons dan niet meer mogelijk.
Trouwens, met welk soort afval zal het uitgegraven gebied worden volgestort? Dit brengt dan ook nog eens de nodige verkeersoverlast met zich mee en misschien zelfs over een langere periode dan voor het uitgraven.
Dan lijkt het ons eerder nuttig om het gebied liefst niet tot onder de grondwaterspiegel af te graven en het daarna ‘terug te geven aan de natuur’ of er een andere bestemming (recreatie?) aan te geven.
Het gevoerde “openbaar onderzoek” is een flagrante aanfluiting van de regels betreffende openbaarheid van bestuur.
De regels van het openbaar maken werden tijdens de procedure zelf zomaar gewijzigd, wat dus niet kan. Tevens is er gebrek aan motivatie, wat het negeren van de noodzakelijke vormvereiste is bij de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Het gebrek aan openbaarheid treft niet enkel het huidige voorontwerp maar ook het milieu-effectenonderzoek dat werd uitgevoerd, zonder dat enige inspraak door de burger mogelijk was. Wat betreft het gebied Aalstwegel te Denderleeuw is dat nog meer frappant aangezien het onderzoek dat door de gemeente zelf op eigen initiatief werd uitgevoerd en dat bij de eerste bevraging in juni 2005 door de gemeente bij de administratie werden ingebracht niet eens een weerwoord krijgt in het voorliggende voorontwerp.
Het voorontwerp is in strijd met de basisdoelstelling van het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen om, ten behoeve van de huidige en toekomstige generaties, op een duurzame wijze te voorzien in de behoefte aan oppervlaktedelfstoffen.
In onderhavig plan wordt in functie van zogenaamde behoefte van de leemverwerkende nijverheid, die op vandaag in Vlaanderen enkele grote multinationals betreft, een echte roofbouw op schaarse delfstoffen voorgesteld.
De voormelde behoefte is volledig ingevuld vanuit een louter bedrijfseconomisch standpunt van de betreffende multinationals, zonder enige beperking vanuit milieuoogpunt of vanuit het oogpunt inzake rationeel en duurzaam grondstoffengebruik. De betreffende behoefte is zelfs ingevuld vanuit het oogpunt om de eindproducten te kunnen exporteren (met andere woorden op zeer lange afstand te kunnen transporteren).
Duurzaam grondstoffengebruik impliceert dat bakstenen binnen een korte afstand worden gebruikt. Als geen andere sector is de steenbakkerijsector in het verleden door de regels van duurzaam grondstoffengebruik bepaald. Volgens die regels werden stenen gebakken in functie van de lokale behoefte. Omwille van het duur transport werden bakstenen slechts zeer uitzonderlijk op lange afstand getransporteerd. Die regels en de streekgebonden producten liggen mede aan de basis van de eigenheid en diversiteit van de het Vlaamse bebouwde landschap.
Dat het voor de betreffende multinationals economisch interessant is om bakstenen uit te voeren naar Duitsland kan ook enkel worden uitgelegd door de het gegeven dat het bakken van stenen in Vlaanderen blijkbaar goedkoper kan dan in Duitsland. Wat op zijn beurt slechts kan worden verklaard door minder dure productieomstandigheden. Het is onder meer een publiek geheim dat de Vlaamse steenbakkerijen nog steeds zeer lakse emissienormen hebben. Thans blijkt ook de bevoegde administratie bereid om de betreffende bedrijven door onbeperkte ontginningsmogelijkheden goedkope grondstoffen toe te spelen en dat ten nadele van het algemeen belang.
Gevaar voor de volksgezondheid.
De grootschalige exploitatie en het transport van de leem zal in dit dichtbevolkte gebied tevens de oorzaak zijn van een grote stofproductie (van de leemontginning zelf, uitlaatgassen van vrachtwagens,…), waardoor de volksgezondheid kan bedreigd worden. De toename van (gevaarlijke) stofdeeltjes in de lucht verhoogt immers onder andere de kans op hart- en vaatziekten. En dat in een inzake stofemissie reeds zwaar belast gebied.
Onderzoek naar alternatieven voor bakstenen.
Bouwen met bakstenen kost bijvoorbeeld vijf maal meer energie dan bouwen met houtskeletbouw. Wij denken dan ook dat er een rol is weggelegd voor de Vlaamse overheid om een doorgedreven onderzoek naar minder energieverslindende alternatieven op te zetten.
Negeren van het Ruimtelijk Structuurplan Denderleeuw én Vlaanderen.
Het Ruimtelijk Structuurplan Denderleeuw - dat door de Vlaamse regering goedgekeurd werd - voorziet op geen enkele manier in dergelijke grootschalige leemexploitatie. Het Ruimtelijk Structuurplan wil het gebied bewaren als “groene long”en als één der laatste rustige wandel- en fietsgebieden in de streek.
De geplande uitbreiding is ook in manifeste tegenstrijd met de geest en de letter van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, dat juist beoogt de weinige resterende open ruimte ook daadwerkelijk te vrijwaren.
De onvermijdbare en onherstelbare schade inzake landbouw en landschap wordt tevens erkend in het voorliggende voorontwerp. Niettegenstaande wordt het gebied toch in aanmerking genomen als potentieel ontginningsgebied.
Hoogachtend
namens OPEN
Jan De Backer
Voorzitter |