Dienst Natuurlijke Rijkdommen
BEZWAARSCHRIFT
Ondergetekende tekent hierbij bezwaar aan tegen het voorontwerp van het bijzonder oppervlaktedelfstoffenplan Vlaamse Leemstreek, meer bepaald tegen de geplande uitbreiding te Denderleeuw, Aalstwegel (cf. o.m. pag. 30, 32, 60, 65, 102, 146 en 155 van het voorontwerp). De redenen van mijn bezwaar zijn aangekruist in de volgende lijst van argumenten: De landschappelijke impact van een massale leemontginning op de open kouter is enorm. Nu al heeft het actuele winningsgebied een kadastrale grootte van 18,5 ha, wat niet weinig is op een totale oppervlakte van 1377 ha. Een toename met 29,5 ha is meer dan problematisch voor een gemeente met een woondichtheid van meer dan 1237 inwoners per km². Bovendien zal de aftopping van het hoogst gelegen punt van de kouter enorm storend zijn in het landschap. Zeker omdat men niet minder dan 10,5 meter wil afgraven, wat een onherstelbaar litteken in de reliëfvorming van de gemeente zal nalaten. De vijver aan de Vlamoven bewijst dit al, hoewel er momenteel ‘slechts’ 7 meter diep gegraven wordt. De grootschalige exploitatie en het transport van leem zal in dit dichtbevolkte gebied de oorzaak zijn van een grote stofproductie (van de leemontginning zelf, uitlaatgassen van vrachtwagens,…), waardoor de volksgezondheid kan bedreigd worden. De toename van gevaarlijke stofdeeltjes in de lucht verhoogt onder andere de kans op hart- en vaatziekten. Dit plan betekent de definitieve doodsteek voor de landbouwbedrijven in onze gemeente. Zij verliezen nu elk perspectief op een rendabele uitbating van hun bedrijf. Het zijn ook de meest vruchtbare gronden die aan de landbouwers ontnomen worden. De uitgegraven putten zullen bovendien een sterk negatieve invloed hebben op de kwaliteit van de landbouwgronden rond de ontginningszone. Door verdroging zal de huidige hoge kwaliteit van de cultuurgrond er drastisch op achteruitgaan. De leefbaarheid van de landbouwsector wordt dus totaal opgeofferd aan de speculatieve economische belangen van de steenbakkerijsector. De open kouter is van groot belang voor het vervullen van de recreatiebehoeftes van de bewoners van Denderleeuw en omstreken. Precies omwille van de schoonheid van dit landschap werden er talrijke wandel- en fietsroutes uitgestippeld en bewegwijzerd (o.m. door Toerisme Oost-Vlaanderen). De recreatieve waarde van het gebied heeft ook geleid tot nieuwe initiatieven op het vlak van hoevetoerisme. De kouter is immers een van de belangrijkste toeristische troeven van Denderleeuw. Voor een kleine en drukbevolkte gemeente als Denderleeuw is het verlies aan open ruimte en natuur zonder meer dramatisch. De prachtige vergezichten vanop het hoogste punt van Denderleeuw, dat gelegen is in het voorgestelde ontginningsgebied, zullen in de toekomst enkel nog op oude foto’s te zien zijn. Het hoogste punt van Denderleeuw dreigt meteen ook het laagste punt van de gemeente te worden, bovendien 3 meter onder het grondwaterniveau. Het plan houdt onvoldoende rekening met het aspect mobiliteit. Indien het gebied in de voorgestelde 25 jaar totaal ontgonnen wordt, betekent dit 3.163.553 m³ of 451.933 vrachtwagenladingen. Dus 36.154 transporten per jaar of 164 transporten per werkdag! Denderleeuw kan deze bewegingen onmogelijk afwikkelen. Al deze vrachtwagens doorkruisen dan immers constant het centrum van de gemeente, langs de smalle Kemelbrug en de zeer drukke stationsbuurt. Met een onoverzienlijke verkeerschaos tot gevolg. De toename van het gevaarlijke vrachtverkeer is ook nefast voor de verkeersveiligheid in de vele kleine straatjes op het traject, waar de huizen zeer dicht bij de openbare weg gebouwd zijn. De ontginningswerken en het vrachtwagenverkeer brengen ook een aanzienlijke geluidshinder met zich mee. Vele inwoners zullen hiervan het slachtoffer worden, want het huidige en voorgestelde ontginningsgebied zijn omgeven door de dorpskernen van Welle en Iddergem, de wijken Braamland, Steenveldlaan en Hemelrijk in Denderleeuw. De geluidshinder is des te storend door het vroege aanvangsuur van de werken en het vervoer. Het dreunende vrachtverkeer transporteert de geluidsoverlast bovendien door de hele dorpskern van Denderleeuw. Het drukke vrachtverkeer van en naar het leemontginningsgebied veroorzaakt ook een niet te verwaarlozen modderoverlast, vooral in de directe omgeving. Door het frequente af- en aanrijden van zware vrachtwagens neemt ook de kans drastisch toe op schade aan de openbare wegen. Aangezien men tot 3 meter onder het grondwaterniveau wil graven, moet het opborrelende water ook weggepompt worden. Het is niet duidelijk wat men met dit overtollige grondwater gaat doen en hoe men dit gaat wegpompen. Grote pompmachines zorgen op hun beurt ook weer voor een aanzienlijke en constante geluidshinder. Dergelijk werk is ook letterlijk dweilen met de kraan open. De verkeersoverlast, de geluidshinder en de stofproductie die met de leemontginning gepaard gaan, het verlies aan natuur en open ruimte, de algemene achteruitgang van de leefkwaliteit en de onzekerheid over de nabestemming zullen een reële aantasting en vermindering van de waarde van de onroerende goederen in de verre omgeving met zich meebrengen. De uitbreiding is manifest in tegenspraak met het Ruimtelijk Structuurplan Denderleeuw, dat trouwens ook al door de Vlaamse regering werd goedgekeurd. Hierin staat duidelijk dat landbouw de hoofdfunctie is in de open kouter, dat de landbouwgrond maximaal gevrijwaard moet worden en dat de uitgegraven leemontginningsputten een natuurlijke, zacht-recreatieve ontwikkeling (hengelvijver, wandelweg…) moeten krijgen en dus geen stort voor afval of baggerspecie mogen worden. De geplande uitbreiding is ook in tegenstrijd met de geest en de letter van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, dat juist beoogt de weinige resterende open ruimte ook daadwerkelijk te vrijwaren. De Dienst Natuurlijke Rijkdommen respecteert haar eigen selectiecriteria niet bij de screening van mogelijke uitbreidingsgebieden. Want de voorgestelde uitbreidingen liggen in een volgens het gewestplan ‘landschappelijk waardevol agrarisch gebied’ en zouden dus niet weerhouden mogen worden in de lijst van locatievoorstellen. Er bestaat absoluut geen dwingende noodzaak tot uitbreiding van het bestaande ontginningsgebied. Vandaag is slechts 30% van het huidige gebied ontgonnen, waarvan de helft in de periode 1950-1980 en de andere helft tussen 1980 en 2005. Dat maakt dat er in het bestaande gebied nog een reservevoorraad van 918.602 m³ is. De cijfers van de exploitant leren dat er van 1999 tot 2004 gemiddeld 6423 m³ leem per jaar uitgegraven werd. Aan dit ritme volstaan deze voorraden dus nog voor 143 jaar! Het uitgegraven leem zal blijkbaar vooral dienen voor de productie van allerlei soorten baksteen. Hiervoor kunnen ook allerhande afvalstoffen hergebruikt worden, zodat men eigenlijk geen nieuwe schaarse delfstoffen hoeft te gebruiken. De voorgestelde grootschalige uitbreiding en versnelde leemontginning is dan ook volledig in strijd met het duurzaam gebruik van grondstoffen. De nabestemming van de ontgonnen gronden is onduidelijk en vaag. Het gebied krijgt in het voorontwerp wel de nabestemming ‘landbouw’, maar concreet is dit niet. Dus blijft het ondertussen maar zeer de vraag of de leemputten opgevuld worden, en zo ja, met welke soort materiaal of afval de uitgegraven put zal volgestort worden. En zelfs als dit alles volgens de regels verloopt, is de kans klein dat het gebied nog ooit zal kunnen gebruikt worden als landbouwgebied, omdat de structuur van de grond en de grondwaterhuishouding van het gebied waarschijnlijk te zeer verstoord zal zijn. Dat het huidige gebied, waarvan vandaag slechts 30% ontgonnen is, met dit plan nogmaals drastisch uitgebreid wordt, houdt in dat ook de nog niet ontgonnen gronden in de omgeving van het voorgestelde ontginningsgebied niet gevrijwaard zijn. De onzekerheid over een nog verdere uitbreiding, en dus over het verlies van de volledige kouter, is dus enorm, de vrees voor toekomstige ontwikkelingsscenario’s reëel en terecht. De toekomst voor onze kinderen en kleinkinderen is allesbehalve rooskleurig. Aanvullende bezwaren: .......................................................................................................................................................................... Met hoogachting (handtekening) Naam: Adres: Datum: |